Algemeen

Ir. Soekarno en Dr. Mohammed Hatta riepen de Repoeblik Indonesië uit op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie. Op Java en Sumatra was de aanhang groot, op Borneo en in de Grote Oost een stuk minder. Op 19 augustus werd de Repoeblik in acht provincies verdeeld, Sumatra, West Java, Centraal Java, Oost Java, Borneo, Sulawesi (Celebes), de Molukken en de Kleine Soenda Eilanden. Iedere provincie kreeg een gouverneur, maar alleen op Java, Sumatra en de Kleine Soenda Eilanden konden zij geïnstalleerd worden. De laatste, met als standplaats Bali, had weinig invloed buiten dat eiland. Vanuit filatelistisch standpunt spreken we daarom voornamelijk over de Repoeblik Java en Sumatra.


Omdat Nederland de onafhankelijkheid niet erkende, volgde een onafhankelijkheidsstrijd die tot 27 december 1949 duurde. Toen verleende Nederland, onder internationale druk, soevereiniteit aan de Repoeblik Indonesia Serikat (de Verenigde Staten van de Republiek Indonesië). Veel postwaarden zijn in deze periode van een Republikeinse opdruk voorzien en zowel op Java als Sumatra verschenen enkele definitieve uitgiften.

 


Repoeblik Java

In het begin werden Nederlands-Indische en Japanse bezettingszegels zonder opdruk doorgebruikt, waarbij meestal de oude landsnaam werd doorgehaald. Vervolgens werd Repoeblik Indonesia handgeschreven, getypt en met handstempels aangebracht en eind 1945 werden enkele machinaal overdrukte series uitgegeven. De eerste definitieve uitgifte zijn de Indonesia Merdeka of Vrij Indonesia zegels, uitgegeven op 12 januari 1946, met een toeslag ten bate van de onafhankelijkheidsstrijd.


Op 1 juni 1946 werd de eerste definitieve serie frankeerzegels uitgegeven, op 17 augustus 1946 de eerste herdenkingszegels, waarna tot augustus 1949 nog enkele zegels volgden. De laatste, is de zogenaamde Surakarta Militaire zegel, waarvan slechts 500 exemplaren zijn gedrukt. De afbeelding stelt het onuitblusbare vuur van de revolutie voor. Minder dan 50 zegels zijn overgebleven.

 



Repoeblik Sumatra

Ook op Sumatra werden in het begin Nederlands-Indische en Japanse bezettingszegels zonder opdruk doorgebruikt. Al snel werden vanuit de postkantoren postwaarden naar Medan en Padang gestuurd, waar ze met handstempels van Republikeinse opdrukken werden voorzien. Omdat de meeste postzegels al één of meerdere Japanse opdrukken droegen ontstonden zegels met soms wel vier of vijf verschillende opdrukken. In de residenties Benkoelen, Palembang en Lampong werden de opdrukken regionaal, resp. plaatselijk aangebracht.


Op 28 oktober 1946 werd het Japanse bezettingsgeld vervangen door de “Oeang Repoeblik Indonesia” (geld van de Republiek Indonesië of O.R.I.). Postzegels werden weer overdrukt, nu met ORI, NRI (Negara Repoeblik Indonesia = Staat Republiek Indonesië) en URIPS (Uang Republik Indonesia Propinsi Sumatra = geld van de Republiek Indonesië provincie Sumatra) in een gestileerd klaverblad.


In 1946 en 1947 werden vooroorlogse zegels, zowel zonder opdruk als met Japanse en/of Republikeinse opdrukken, machinaal overdrukt.


De eerste definitieve uitgifte op Sumatra was de serie met inschrift Fonds Kemerdekaan (Vrijheidfonds) van 17 mei 1946, gevolgd door een tweede op 17 augustus. De zegels werden verkocht met een toeslag ten bate van de onafhankelijkheidsstrijd. Op 1 juni 1946 is een zegel met de beeltenis van Ir. Soekarno uitgegeven. Dit zegel werd ook met een toeslag ten bate van de onafhankelijkheidsstrijd verkocht.


In 1946 verscheen een serie frankeerzegels, die in 1948 werd anngevuld met vier waarden in afwijkende kleuren. In 1947 zijn twee zegels overdrukt met Pos Udara, de eerste luchtpostzegels.


Door de voortdurende inflatie werden de eerder uitgegeven zegels overdrukt met nieuwe waarden. Omdat Atjeh feitelijk afgesloten was van de rest van Sumatra werden zegels daar lokaal van nieuwe waardeopdrukken voorzien.


 



Repoeblik Bali

Een van de op 19 augustus 1945 gestichte provincies was Soenda Ketjil, de Kleine Soenda Eilanden. De hoofdstad lag op Bali en buiten Java en Sumatra om is het de enige provincie waar de Republikeinen het gezag in handen kregen. Op 10 oktober 1945 droegen de Japanners het gezag daar aan de Republikeinen over. Omdat rust en veiligheid in snel tempo verslechterden werden de Republikeinen gedwongen om het gezag eind januari 1946 weer over te dragen.


In deze korte Republikeinse periode zijn voornamelijk Japanse bezettingszegels gebruikt. In januari 1946 verscheen een opdruk + 5 sen op zegels van 10 cent, een toeslag ten bate van de onafhankelijkheidsstrijd. Er zijn ook nog een aantal andere zegels bekend, die waarschijnlijk een Republikeinse oorsprong hebben. Gebruikte zegels zijn alleen bekend van Bali, hoewel de + 5 sen zegels ook op Lombok verkrijgbaar waren. In maart 1946 namen de Nederlanders het gezag op Bali weer over, maar de postzegels van de Japanse bezetting en Repoeblik zijn tot eind april 1946 doorgebruikt tot nieuwe Indische zegels arriveerden.

Original content © 2009 Dai Nippon. All rights reserved. Contact the Webmaster with any technical problems or comments.